Literaire iconen

Dick Bruna / Nijntje

Utrechtse wereldster

Het lijdt geen twijfel: nijntje (door Bruna altijd geschreven met een kleine letter) is een wereldwijd icoon van de jeugdliteratuur. Meer dan 85 miljoen exemplaren verkocht de Utrechtse schrijver en illustrator Dick Bruna van zijn boeken over het beroemde konijntje. Geen ander Nederlands boek heeft zoveel kinderen over de hele wereld leren lezen en doet dat nog altijd. Bruna’s werk wordt in het Rijksmuseum in Amsterdam en het Centraal Museum in Utrecht in verband gebracht met de grote Nederlandse kunstenaars Mondriaan en Rietveld, beiden overigens ook afkomstig uit Utrecht.

In 1955 verscheen zijn eerste nijntje-boek, waarin een wit meisjeskonijn de hoofdpersoon is. Het zou het eerste zijn in een reeks van meer dan dertig. De heldere, sprekende tekeningen in de boekjes werden vergezeld door al even heldere, eenvoudige rijmpjes waarin Bruna de belevenissen van zijn heldin vertelde. Maar Bruna schuwde de tijdgeest niet. Na een voorleessessie in een multiculturele klas besloot hij nijntje pluis een donkere vriendin te geven. In lieve oma pluis (1996) overlijdt Nijntjes oma, om kinderen op die manier kennis te laten maken met de dood. Bruna: ”Ouders wisten niet hoe ze dat aan hun kinderen moesten uitleggen. Ik heb geprobeerd dat zo eerlijk mogelijk te doen. Nuchter. Dat je ziet dat oma pluis niet meer ademt, dat ze in een kist verdwijnt. Ik heb nooit happy endings willen maken.”

De nijntje-boeken zijn in de loop der jaren in meer dan vijftig talen vertaald. Van de shopping malls in Tokyo tot de Topshop op Oxford Circus; je treft nijntje overal aan. Het grafische icoon is een van de grootste exportproducten van Nederland en komt op plekken terecht die zelfs dat andere grote exportproduct Heineken niet weet te bereiken. In februari 2016 opende het nijntje museum in Utrecht, speciaal ontwikkeld voor kinderen van 2 tot 6 jaar. Binnen twee maanden na de opening had het museum al 50.000 bezoekers getrokken. In Taiwan werd een heel stadspark nabij de miljoenenstad New Taipei City gewijd aan nijntje, met als visuele hoogtepunten twintig grote standbeelden en een gigantische beeltenis van nijntje in het gras van een groene heuvel.

“In his stories, which are almost haiku-like in their four-line rhyming scheme, Bruna has tried to keep up with the times in his books, tackling more complicated issues, including race, disability and even death.” – The Guardian

Move Over, Mondrian: It’s Miffy’s Turn
The New York Times

De officiële site van nijntje
Bezoek het nijntje museum

Foto: Dick Bruna door Ferry André de la Porte © copyright Mercis bv

Grootste poëziefestival van Nederland

De Nacht van de Poëzie

In 1980 startte het toen nog Vredenburg geheten muziekcentrum met de jaarlijkse Nacht van de Poëzie, een ruim acht uur durend fenomeen in de Grote Zaal waar gemiddeld twintig dichters optreden, omlijst met entr’actes, voor een publiek van circa tweeduizend toehoorders. Hugo Claus, Rutger Kopland, Antjie Krog, Hans Faverey, Gerrit Kouwenaar, Cees Buddingh’, Lucebert; de hele Olympus van de Nederlandse poëzie stond ooit op het podium in Utrecht. ‘De Nacht’, zoals het evenement onder liefhebbers wordt genoemd, is inmiddels uitgegroeid tot een icoon van de literaire podiumkunsten. Naast de fine fleur van de Nederlandse dichtkunst traden tijdens de 34 edities ook grootheden op uit de internationale muziekwereld, zoals flamencozanger Enrique Morente, fadodiva Mariza, popzangeres Dayna Kurtz, wereldster Rufus Wainwright en de legendarische Juliette Gréco. Ten slotte is niet alleen de zorgvuldig gekozen combinatie van poëzie en muziek, maar ook de locatie verantwoordelijk voor het succes. “In zekere zin is de door architect Herman Hertzberger ontworpen zaal het hoofdpersonage van de Nacht van de Poëzie,” heeft presentator en programmeur Piet Piryns eens gezegd. De achthoekige vorm zorgt ervoor dat het publiek om het podium heen zit; het publiek omarmt de dichters als het ware. De Vlaamse dichter Tom Lanoye beaamt de kracht van de zaal: “Het bijzondere van Vredenburg is dat je tot op de hoogste rij mensen in het gezicht kunt kijken. Door de heel steil oplopende wanden krijg je een intimiteit die zelfs de veel kleinere zalen niet hebben, ondanks de dik tweeduizend die erin kunnen. Ik wil het publiek kunnen zien, horen, voelen, ruiken desnoods, en vooral recht in de ogen kijken.” Door de 21 uitgangen kun je bovendien gemakkelijk de zaal in en uit. In de gangen rond de zaal is een boekenmarkt, er zijn hapjes en drankjes en je kunt je dichtbundels laten signeren.

“Dichters, vroeger waren dat toch mensen waarvan je moest zorgen dat je ze voor half elf ’s avonds de deur weer uit had. De Nacht van de Poëzie heeft er toe bijgedragen dat dichters in plaats van buitenbeentjes en zonderlingen op feestjes en avonden graag geziene gasten zijn geworden. Men weet dat je met dichters, mits goed gedoseerd, een hele mooie avond kunt hebben, met allerlei piekervaringen.”
– Gerrit Komrij

Meer informatie op nachtvandepoezie.nl
Bekijk hier het sfeerverslag van de 34ste Nacht van de Poëzie in 2016

Foto Nacht van de Poëzie 2016: Anna van Kooij

Oudste boekhandel

150 jaar Bijleveld

In 1865 nam J. Bijleveld de tweedehandsboekwinkel en -binderij van J. Herfkens aan Janskerkhof 7 over. Sindsdien is de winkel altijd onder dezelfde naam blijven bestaan en daarmee is Bijleveld de oudste nog geheel zelfstandige boekhandel van Nederland. In mei 1935 bracht Virginia Woolf een bezoek aan Utrecht en betoonde zich positief verrast door het aanbod bij de boekwinkel die zich tegenover haar hotel bevond. De collectie was opmerkelijk internationaal, zo schreef ze in haar dagboek: “Immense profusion of highly civilized shops – flower shops, shoes, bicycles, books, everything the more solidly placed wealthy but not frivolous citizen can eat or wear or use: shining spick & span. English, French, German books equal to Dutch.”

Naast boekhandel is Bijleveld ook een uitgeverij. Tot de eerste uitgaven behoorden de gedichten, preken en vertogen van de in de Boothstraat woonachtige predikant en hoogleraar kerkgeschiedenis Nicolaas Beets. In Nederland geniet Beets faam als de schrijver van een van de bekendste werken van de negentiende-eeuwse letteren: de Camera Obscura (1839). In 1929 bracht de uitgeverij, als eerste buiten Duitsland, Im Westen Nichts Neues (All Quiet on the Western Front) van Erich Maria Remarque in vertaling. In de tweede helft van de twintigste eeuw gaf de uitgeverij onder meer werken uit van Martin Buber, Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Erich Fromm, Simone Weil, Carl Rogers, Roger Scruton en Christoph Wolff.

Meer informatie over de boekwinkel en uitgeverij Bijleveld.

Foto Boekhandel Bijleveld © Weenenk en snel / collectie Het Utrechts Archief / 623

Universiteit Utrecht

Beste universiteit van Nederland

De Universiteit Utrecht (UU), opgericht in 1636, werd in 2016 voor het veertiende jaar op rij de hoogst genoteerde Nederlandse universiteit op de prestigieuze Academic Ranking of World Universities. De UU heeft de meeste Nobelprijswinnaars (12) en de grootste faculteit Geesteswetenschappen van Nederland (6.000 studenten en 591 fte aan docenten). De faculteit richt zich op vier kennisdomeinen: Filosofie en Religiewetenschap, Geschiedenis en Kunstgeschiedenis, Media- en Cultuurwetenschappen en Talen, Literatuur en Communicatie. Deze domeinen vormen de vier departementen van de faculteit, gehuisvest in monumentale panden in de historische binnenstad van Utrecht. René Descartes, John Locke en James Boswell behoorden tot de internationaal vermaarde docenten aan de letterenfaculteit, die mede vanwege hun boeken grote faam verwierf.

Ook vandaag de dag zijn er diverse wetenschappers aan de UU verbonden die tevens als schrijver actief zijn, onder wie dichter / hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Geert Buelens, Amerikadeskundige Maarten van Rossem en dichter / hoogleraar Esther Jansma. Daarnaast worden met grote regelmaat schrijvers als gastdocent uitgenodigd, onder andere binnen haar jaarlijkse writer-in-residence-programma van het Centre for the Humanities. In 2016 trad de Amerikaanse schrijver, journalist en criticus Renata Adler als writer-in-residence in de voetsporen van de Franse romanschrijver Thomas Clerc (2015), de Ierse dichter Nuala Ní Dhomhnail (2014), de Schotse auteur Michel Faber (2011), de Nederlandse auteur en columnist Bas Heijne (2010) en de Italiaanse schrijver Claudio Magris (2009).

“Professionally, my residency in Utrecht was one of the highlights of my career, as I loved writing & delivering the lectures I composed especially for you, and very much valued my interactions with the creative writing group and the lovely welcome I received from the university staff. Moreover Utrecht itself is possibly my favourite Dutch city.”

– Michel Faber (Writer In Residence 2011)

Site Universiteit Utrecht
Site Faculteit Geesteswetenschappen
Site Centre for the Humanities

Gezicht op het academiegebouw © collectie Het Utrechts Archief / 275

Utrechts Psalter

Literair topstuk uit de middeleeuwen

De Universiteit Utrecht is de trotse bezitter van het Utrechts Psalter, dat rond 830 werd vervaardigd in of nabij Reims en kwam na allerlei omzwervingen uiteindelijk in Utrecht terecht. Een Psalter is een liedboek dat Christenen en Joden gebruikten bij hun gebeden en diensten. Het Utrechts Psalter is wereldberoemd vanwege de spectaculaire illustraties. De surrealistische en dynamische stijl van de tekeningen uit het Utrechts Psalter was vernieuwend. De tekeningen doen soms denken aan het werk van Jeroen Bosch. De stijl en de afbeeldingen werden nog eeuwen lang in Frankrijk en Engeland geïmiteerd. Het boek was dus een echte trendsetter. Het Utrechts Psalter wordt algemeen beschouwd als een topstuk van de Karolingische handschriftenproductie en staat sinds 2015 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.

Op www.utrechtspsalter.nl vind je meer informatie en animaties over de inhoud en de wonderbaarlijke reis van het Psalter.
Ook is het hele Utrechts Psalter hier digitaal te raadplegen.


Foto Utrechts Psalter © Museum Catharijneconvent

Eerste in Nederland gedrukte boek

De Historia scholastica uit 1473

Nadat Johannes Gutenberg rond 1450 de boekdrukkunst had uitgevonden, kwam de verspreiding van boeken in een stroomversnelling. In de eerste fase daarvan waren er buiten Duitsland en Italië slechts twee steden waar de boekdrukkunst werd beoefend: Parijs en Utrecht. In de jaren 1470 vervaardigden de Utrechtse boekdrukkers Nicolaas Ketelaar en Gerard de Leempt zeker 33 exemplaren, waaronder in 1473 het eerste gedateerde gedrukte boek van de Noordelijke Nederlanden: de Historia scholastica van Petrus Comestor ( ca.1100-1179). Hierin vertelt de Franse theoloog de historische boeken van de Bijbel niet alleen na, maar verklaart ze ook en plaatst ze in een universele geschiedenis, onder andere aan de hand van allerhande geschiedkundige en geografische informatie. De Historia scholastica werd al snel een standaardwerk en vormde de basis voor één van de belangrijkste Middelnederlandse boeken: Jacob van Maerlants Rijmbijbel (1271). Van dit werk zijn vele handschriften overgeleverd en degene met de mooiste illustraties is van de hand van de Utrechtse ‘boekverluchter’ Michiel van der Borch. In 1322 voorzag hij de Rijmbijbel van maar liefst 64 miniaturen.

Zowel het door Van der Borch geïllustreerde handschrift van Van Maerlants Rijmbijbel als het eerste in Nederland gedrukte exemplaar van de Historia scholastica uit 1473 bevinden zich niet meer in Utrecht, maar in het Meermanno Museum (Den Haag).

Meer informatie op de site van het Meermanno Museum
Bekijk het colofon van de in Utrecht gedrukte Historia scholastica op historiek.net

Foto Historia Scholastica van Petrus Comestor 1473 © Den Haag, Museum Meermanno | Huis van het boek [001 C 52]

Belle van Zuylen

‘Beter dan Voltaire’

Belle van Zuylen (1740-1805) stond middenin de maatschappij en had contact met veel internationaal belangrijke intellectuelen en kunstenaars van haar tijd, wat in de achttiende eeuw voor een vrouwelijke kunstenaar opmerkelijk was.

Belle van Zuylen werd in 1740 als Isabelle van Tuyll van Serooskerken in een adellijke familie geboren en groeide op in Utrecht, aan de Vecht. Tot haar 31ste woonde ze op Slot Zuylen, behalve in de winter: dan woonde de familie in een grachtenpand aan de Kromme Nieuwegracht. Ze werd thuis onderwezen door Zwitserse, Franstalige, gouvernantes en gouverneurs. Ook werd zij door haar ouders gestimuleerd bij haar lessen Engels, Latijn, Italiaans, muziek, natuurkunde, wiskunde en godsdienst. Mede daardoor was zij beter opgeleid dan de meeste vrouwen – en vaak ook mannen – uit haar tijd.

Op tweeëntwintigjarige leeftijd (1762) debuteerde Van Zuylen, anoniem, met de novelle, Le Noble (De edelman). Van Zuylen wees een huwelijk met James Boswell af. Boswell (1740-1795) was naar Utrecht gereisd om er rechten te gaan studeren. Deze latere biograaf van dr. Samuel Johnson maakte Van Zuylen het hof, maar wilde dat zij geen contact had met andere mannen zonder zijn uitdrukkelijke toestemming. Dit was voor de schrijfster niet acceptabel, omdat zij druk correspondeerde, met onder meer Pierre-Alexandre du Peyrou en Benjamin Constant. Van Zuylen verklaarde “geen talent voor ondergeschiktheid” te hebben. Dit befaamde citaat figureert tegenwoordig op een gedenkteken aan de brug over de Vecht, herinnerend aan Belle van Zuylen, die dit punt pendelend tussen Utrecht en Slot Zuylen regelmatig passeerde.

Constant liet er in zijn brieven geen twijfel over bestaan dat hij Van Zuylen beter vond schrijven dan Voltaire. In 1777 kwam het daadwerkelijk tot een ontmoeting tussen Van Zuylen en Voltaire, waarbij beiden hun wederzijdse bewondering lieten blijken. Ook de feministe Madame De Staël behoorde tot Van Zuylens literaire vrienden. Op verzoek van Pierre-Alexandre du Peyrou werkte ze van 1789 tot 1790 mee aan de ‘correcte’ uitgave van het tweede deel van Bekentenissen, de autobiografie van de door haar bewonderde Rousseau. Tussen 1978 en 1985 werden alle werken van Belle van Zuylen door Geert van Oorchot in Nederland (her)uitgegeven. Belle was, volgens de uitgever, “de grootste Nederlandse schrijfster uit de geschiedenis.” Werk van Van Zuylen verscheen, naast het Frans en Nederlands, ook in het Engels en Duits.

Het Belle van Zuylen Genootschap zet zich in om het gedachtegoed van een van Utrechts belangrijkste schrijvers levend te houden, onder andere met de organisatie van de jaarlijkse Belledag op Slot Zuylen. Ook vindt op initiatief van de Universiteit Utrecht en Het Literatuurhuis sinds 2005 op onregelmatige basis de Belle van Zuylen-lezing plaats. In de geest van Van Zuylen bespraken toonaangevende literatoren als Nelleke Noordervliet, Hans Magnus Enzensberger, Jeanette Winterson, Azar Nafisi, Michel Faber en György Konrád onderwerpen op het snijvlak tussen literatuur en maatschappij.

Site Belle van Zuylen Genootschap
Site van Slot Zuylen

Portret Belle van Zuylen © Maurice Quentin de la Tour (1704-1788) / Musée d’Art et d’Histoire, Geneva, Switzerland

Anna Maria van Schurman

Eerste vrouwelijke academicus van Europa

Anna Maria van Schurman (1607-1678) dankte haar entree in de academische wereld aan haar verhandeling over de aanleg van vrouwen voor wetenschap en literatuur. Ze blonk uit in de studie van vreemde talen en was actief als dichter, humanist, taalkundige, theologe, kunstenares en insectenkundige. Het grootste gedeelte van haar leven woonde Van Schurman in Utrecht. Een gevelsteen in het pand Achter de Dom 8 in Utrecht herinnert daar nog aan. Ze correspondeerde met, en kreeg bezoek van literaire en wetenschappelijke grootheden als René Descartes, Jacob Cats, Anna Roemers Visscher, Daniël Heinsius, Caspar Barlaeus en Constantijn Huygens. Van Schurman schreef gedichten in diverse talen, zoals Frans, Latijn, Nederlands en Hebreeuws. Ze schreef onder andere een loflied op de Utrechtse Universiteit waarin zij haar seksegenoten aanspoorde tot studie, alsmede het beroemde O Utrecht, lieve stadt, hoe soud ick u vergeeten – eigenlijk een briefgedicht dat alleen bestemd was voor haar vriendenkring.

Lees meer over Van Schurmans werk en leven op de site van het Huygens Instituut

Portret Anna Maria van Schurman, Jan Lievens, 1649

Suster Bertken

Unieke literaire vrouwenstem

Bertha Jacobs (1426 – 1514) was een kloosterzuster die vanaf haar 30ste in een kluis tegen de Buurkerk te Utrecht woonde. Bertken was de onwettige dochter van Jacob van Lichtenberg, die proost van het kapittel van de Pieterskerk te Utrecht was. Als boetedoening voor de zonde van haar vader liet ze zich in de Buurkerk insluiten in een cel van 3,75 bij 4 meter. Ze woonde 57 jaar in de kluis, waar ze mediteerde, weefde, schreef en de kerkdiensten kon volgen. Voorbijgangers die behoefte hadden aan een luisterend oor en advies konden bij haar terecht. Bertken heeft twee boeken nagelaten. Hierin tekende ze liedjes, gebeden en religieuze teksten op. Dit zorgde ervoor dat ze als een van de weinige vrouwen een plaats in de Middelnederlandse literaire canon bemachtigde. Op 87-jarige leeftijd kwam Bertken te overlijden, waarna ze in haar cel werd begraven. Een gedenksteen in het plaveisel van de Choorstraat te Utrecht markeert de plek van de kluis, die tegenwoordig ironisch genoeg voor de deur van een bruidsmodezaak ligt.

Lees hier meer over het vergeten graf van Suster Bertken

Het Literatuurhuis gaf in 2014 de gedichten van Suster Bertken opnieuw uit, aangevuld met teksten van hedendaagse dichters die zich door haar werk lieten inspireren. Zie hier voor meer informatie

Suster Bertken © Fotodienst GAU / collectie Het Utrechts Archief / 55318

Maarten Maartens

Internationale faam

Maarten Maartens (1858-1915) schreef in 1889 de eerste Nederlandse detective die internationaal faam verwierf: The Black Box Murder. Sindsdien groeide hij uit tot een van de meest succesvolle Nederlandse auteurs in de Engelstalige wereld aller tijden.

Hij studeerde en promoveerde aan de Universiteit Utrecht, trouwde met de Utrechtse Anna van Vollenhoven (het paar werd in de echt verbonden door de dichter Nicolaas Beets) en woonde de laatste dertig jaar van zijn leven op een landgoed in Doorn, net buiten Utrecht, dat nu zijn naam draagt.

Maartens werd gelezen en besproken door grootheden als Leo Tolstoj, Virginia Woolf, Thomas Hardy en George Bernhard Shaw. “The way in which you have lifted the veil inch by inch in revealing the lives of the chief characters shows in my opinion real art”, aldus Hardy in een brief aan Maartens over diens roman Harmen Pols, peasant.

In The Times Literary Supplement noteerde Woolf over Maartens’ roman The New Religion dat het “with considerable vivacity” was geschreven, terwijl Shaw de roman omschreef als “a scathing and quite justifiable exposure of medical practice”.

Maartens maakte vooral furore in Groot-Brittannië, waar hij regelmatig kwam. Hij maakte actief deel uit van de literaire wereld, kende veel Engelse schrijvers persoonlijk en correspondeerde met hen. Tot zijn beste vrienden behoorden de uitgever George Bentley en de schrijvers James Barrie en Edmund Gosse.

In 1905 ontving Maartens, samen met Thomas Hardy, een eredoctoraat aan de universiteit van Aberdeen. In 1907 bezocht hij samen met zijn dochter Ada de Verenigde Staten en hield onder meer toespraken in het Carnegie Museum of Art in Pittsburgh en het Peace Congress in New York. Hij werd zelfs ontvangen door president Theodore Roosevelt op het Witte Huis.

Maartens’ dood in 1915 werd gememoreerd in alle Engelstalige kranten, waaronder The New York Times, die over hem schreef: “Mr. Maartens was said to have been one of the few authors since the time of Thackeray who ‘turned upon snobbery of every kind a copious and fierce stream of scornful satire’”.

Foto Maarten Maartens, Hayman Seleg Mendelssohn, circa 1895